Home

Wat is vrijdenken?

Wij onderscheiden de volgende kenmerken:
1. De kritische rede heeft voorrang op de moraal
2. Vrijdenken is onlosmakelijk verbonden met vrijheid van meningsuiting
3. Religiekritiek is een wezenskenmerk van het vrijdenken
4. De vrijheid van meningsuiting prevaleert boven godsdienstvrijheid
5. Vrijdenken is een sterker merk dan a-theïsme
6. Onafhankelijke politieke positie

Voorts zijn de volgende punten van belang:
7. Vrijdenken versus humanisme
8. Politieke correctheid is vijand van het vrije woord
9. Evenwichtige religiekritiek

1. De kritische rede heeft voorrang op de moraal
Vrijdenkers delen hun weerzin tegen dogma’s. Of, meer positief gesteld, vrijdenken komt voort uit een drang te willen weten. Niet gehinderd door autoriteit, moraal of gezag. De ratio speelt een centrale rol. Een vrijdenker eist als het ware de vrijheid op om zijn eigen mening te kunnen vormen. Daarbij wint zijn nieuwsgierigheid het van groepsdruk of conventie; nadruk ligt op inzicht, niet op fatsoen.

 2.Vrijdenken is onlosmakelijk verbonden met vrijheid van menings- uiting
Om vrij te kunnen denken, is een open wisselwerking met de omgeving noodzakelijk. Immers, pas dan kan een eigen, onafhankelijke mening worden gevormd, getoetst en herzien. Daarom ook, dienen zoveel mogelijk meningen, feiten en ideeën toegelaten te worden tot het publieke domein. Logisch gevolg hiervan is dat Vrijdenken onverbrekelijk is verbonden met de vrijheid van meningsuiting.

3. Religiekritiek is een wezenskenmerk van het vrijdenken
Met de strijd voor een maximale vrijheid van meningsuiting voor iedereen, is de georganiseerde vrijdenkerij altijd een emancipatie-beweging geweest. De autonomie van het individu wordt hoog aangeslagen. En, omdat religie het meest beproefde instrument van politieke machthebbers is om de publieke opinie te beheersen, is religiekritiek een wezenskenmerk van het vrijdenken.

4. De vrijheid van meningsuiting prevaleert boven godsdienst-vrijheid
Vrijdenkers bestrijden onderdrukkende structuren van de heersende cultuur. Sinds het begin van de Verlichting was dat al zo, toen de vrijdenker Adriaan Koerbagh een woordenboek publiceerde waarin hij het verhullende jargon van het establishment vertaalde in – zoals hij scheef – de moerstaal. En dat was ook al zo in de tijd van Multatuli, toen kolonialisme nog heel gewoon was. En dat was tenslotte al zo in de jaren ‘80 van de vorige eeuw toen het prominente lid van vrijdenkersvereniging De Vrije Gedachte, Anton Constandse, de vloer aanveegde met de orthodox islamitische cultuur. Binnen deze context is het cruciaal in te zien dat de vrijheid van meningsuiting dient te prevaleren boven godsdienstvrijheid. Het is niet voor niets dat de scheiding tussen kerk en staateen fundamenteel Verlichting’s thema is.

5. Vrijdenken is een sterker merk dan a-theïsme
Omdat godsdienstige dogma’s bij uitstek taboe zijn, noemen de meeste vrijdenkers, zich a-theïst. Maar vrijdenkers zijn realisten en begrijpen dat absolute zekerheid in strikt wetenschappelijke zin niet te verkrijgen is. Zo weten we bijvoorbeeld niet eens zeker of morgen de zon wel opkomt. Dit is de positie van de agnost, die op de vraag of er goden bestaan simpelweg antwoordt met ‘weet niet’. En dat is dan ook precies de reden dat de bekende vrijdenker Bertrand Russell zich niet a-theïst, maar agnost noemde. Maar vrijdenkers verwerpen niet alleen godsdienstige dogma’s als de ‘openbaring’, maar ook alle andere bovennatuurlijke varia, met name wonderen en inbeeldingen van welke aard dan ook.

Het vrijdenken eigent zich een veel breder scala van onderwerpen toe dan het verwerpen van godsdienstige dogma’s alléén.En waarom ook zou een vrijdenker zijn agenda exclusief laten bepalen door de godgelovige, de theïst?

Terwijl het a-theïsme zich beperkt tot het bestrijden van godsdienstige dogma’s verhoudt een vrijdenker zich kritisch tot de gehele werkelijkheid. In dit opzicht is het vrijdenken veel radicaler dan het meer beperkte atheïsme. Zelfs atheïstische dogma’s als zou religie intrinsiek ‘slecht’ zijn en alsof de mensheid ooit definitief van religie verlost zou kunnen worden, dienen binnen de vrijdenkerij bestreden te worden. Vrijdenken is derhalve een sterker merk dan a-theïsme.

 6. Onafhankelijke politieke positie
Algemeen gesteld, laat een vrijdenker zijn agenda door geen enkel -isme bepalen. Niet door het atheïsme, en evenmin door politieke ideologieën als het kapital-isme, social-isme, liberal-isme of anarch-isme. Binnen het politieke spectrum nemen vrijdenkers een onafhankelijke positie in.

7. Vrijdenken versus humanisme
Zoals politieke en atheïstische dogma’s bestreden worden, zo worden ook de dogma’s van on-godsdienstige levensvisie’s als het boeddhisme, “new-age” en spinozisme rationeel kritisch benaderd. Dit geldt evenzeer het humanisme. Deze levensvisie stelt de mens in plaats van god centraal. Meer dan vrijdenkers, beklemtonen humanisten het belang van ethiek. En omdat humanisten maatschappelijk en qua zingeving willen concurreren met de gevestigde godsdiensten, stellen zij het belang van een profane moraal voorop. Daarentegen heeft een vrijdenker op het punt van de moraal in beginsel genoeg aan de zogenaamde Gulden Regel, die stelt dat je de ander behandelt, zoals je zelf behandeld wilt worden. Qua levensvisie heeft elke vrijdenker zijn eigen voorkeuren.

Juist omdat humanisten de nadruk leggen op ethiek, moraal en zingeving zal niet elke vrijdenker zich een humanist noemen. Andersom, zullen er genoeg humanisten zijn die zich niet als vrijdenker wensen te profileren. Terwijl het humanisme overwegend normatief is, streeft de vrijdenkerij in de eerste plaats naar kritisch inzicht.

8. Politieke correctheid is vijand van het vrije woord
In deze tijd wordt de publieke moraal beheerst door restauratieve tendensen die de vrijheid van meningsuiting links- of rechts-om willen inperken. Er wordt voortdurend op gewezen dat we bij het uiten van onze mening fatsoen moeten betrachten. Want stel je eens voor dat iemand zich gekwetst of beledigd zou voelen! Illustratief in dit verband waren, en zijn nog steeds, de reacties op de religieuze moord van Theo van Gogh in 2004. Van Gogh stond erom bekend dat hij graag provoceerde, dus – zo wordt in brede kring gedacht – had hij zich maar meer moeten conformeren aan de gangbare moraal van goede smaak en fatsoen. Eigen schuld dikke bult. Zo’n onheuse redenering is typerend voor politieke correctheid, waarbij men zijn uitspraken meer laat leiden door ‘hoe het hoort’ dan door de eigen kritische rede. En onheus, omdat het er bij Theo van Gogh juist om ging de schijnheiligheid van de politiek correcten te ontmaskeren. Politieke correctheid is immers het product van conformisme en angstom af te wijken binnen eigen kring. En naarmate politieke correctheid het gevolg is van een groter taboe, zal de druk tot gehoorzaamheid navenant groter zijn, en komt het vrije woord onder druk te staan.

9. Evenwichtige religiekritiek
In de afgelopen decennia heeft de instroom van nieuwe arbeidskrachten uit feodale culturen geresulteerd in aanzienlijke maatschappelijke spanningen. Met name de orthodoxe islam zorgde voor grote problemen. De inmiddels diep gewortelde politieke correctheid is er het rechtstreekse gevolg van. Zo is het lang bon ton geweest te zwijgen over een schreeuwende integratieproblematiek onder het valse voorwendsel van tolerantie. Met name ‘links’ pleegt hier verraad.

Naar de historische betekenis is authentiek links altijd opgekomen voor de belangen van economisch achtergestelden. Maar nooit heeft dit progressieve links die achtergestelden meewarig ontzien en van bovenaf als hulpbehoevenden behandeld. Laat staan dat authentiek links ooit zou pleiten voor nota bene de beperking van de vrijheid van meningsuiting. Werkelijke solidariteit neemt mensen serieus, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Maar in plaats van achtergestelden te stimuleren tot onafhankelijkheid heeft het hypocriete ‘links’ juist een onderklasse van orthodox godsdienstigen in stand gehouden. De wereld op z’n kop!

Indachtig het wezenskenmerk van religiekritiek zouden vrijdenkers duidelijk stelling moeten nemen tegen de toenemende invloed van met name de orthodoxe islam. Temeer daar de samenleving onder druk van moslimfanatisme inmiddels is doordrenkt van zelfcensuur, en terwijl intussen vrouwen, homo’s, joden, atheïsten en vrijdenkers, maar ook goed geïntegreerde allochtonen de last ondervinden van de hypocrisie van politieke correctheid.

De dwingende conclusie is dat religiekritiek zich behalve op het christendom ook dient te richten op het humanisme, de islam, het judaïsme, het boeddhisme en het hindoeïsme.